Jaarplanning
In de jaarplanning periodiseer je een seizoen op macroniveau. Vertrekkend vanuit de concrete doelen van je atleet bepaal je per sport en per week hoeveel training je wil: totale duur, afstand, aantal sessies, en hoe zwaar die sessies mogen wegen. Wanneer je daarna week per week invult of bijstuurt in de kalender, blijft dat macroplan je houvast, zodat elke week context heeft en elk blok een doel.
Gestructureerde periodes maken overtraining en onderbelasting ook zichtbaar. Je ziet de opbouw van een seizoen in één scherm, in plaats van ze week per week te moeten reconstrueren.
Het raster
De jaarplanning toont de weken van het jaar, elke week een rij:
- Weeknummer van W1 tot W52
- Programma met het kleurlabel dat de periode markeert
- Doelen per sport in de kolommen die jij koos
- Totalen over de sporten heen, automatisch berekend
- Wedstrijden in die week
- Opmerkingen voor alles wat de cijfers niet vertellen
Je kolommen kiezen
Je bepaalt zelf welke kolommen je ziet, per sport. Zo kijkt een loopcoach niet naar zwemkolommen en scrolt niemand voorbij data die hij toch nooit invult.
- Aantal voor het aantal trainingen
- Duur in uren en minuten
- Afstand in kilometer
- Coachbox Stress Score of TSS voor de trainingsbelasting
Duur, afstand en aantal beschrijven het volume van een week. De Coachbox Stress Score beschrijft wat dat volume de atleet kost, want die weegt duur en intensiteit samen. Net dat onderscheidt twee weken met dezelfde kilometers maar een andere zwaarte: 50 km aan 100 SS in een basisweek leest anders dan 50 km aan 170 SS in een wedstrijdspecifieke week.
De totalen per week worden automatisch berekend, zodat je meteen ziet of de atleet op schema ligt.
Periodes markeren met labels
Rechtsklik op een week om ze een programmalabel te geven. Onder Labels beheren maak je je eigen labels aan en geef je elk label een kleur, zodat de woordenschat je eigen coachingtaal volgt in plaats van een vaste lijst. Klassiekers zijn basis, opbouw, wedstrijdspecifiek, tapering, rust, stage, vakantie en testweek.
Omdat die kleuren over het hele jaar lopen, lees je de periodisering van het seizoen in één oogopslag.
Wedstrijden plannen
In de kolom Wedstrijden noteer je de belangrijke wedstrijden. Die zijn gekoppeld aan de wedstrijdenpagina, zodat je sleuteldata de blokken eromheen verankeren.
De grafiek
Boven het raster zet je de grafiek aan of uit. Die plot de geplande macrodata over het seizoen per aantal, duur of afstand, wat afwijkingen makkelijk zichtbaar maakt: een opbouw die te steil stijgt, of een reeks weken zonder herstelweek.
De grafiek zelf toont volume. De intensiteitskant lees je in dezelfde weergave af in de kolommen Stress Score en TSS.
Het plan opvolgen in de kalender
De jaarplanning is geïntegreerd in de kalender. In de weekweergave zie je wat er effectief gepland of afgewerkt is tegenover het doel uit de jaarplanning, per sport en per gegeven, inclusief Stress Score en TSS. Dat is je houvast terwijl je aan het microplan werkt: je houdt het macroplaatje in beeld zonder van scherm te wisselen.
Blokken en seizoenen kopiëren
- Selecteer een blok weken en kopieer en plak het om dat blok later in het seizoen te herhalen
- Via het actiemenu dupliceer je een volledige jaarplanning naar een andere atleet, zodat je een beproefde structuur niet opnieuw hoeft op te bouwen
Tips
- Plan de jaarplanning aan het begin van het seizoen
- Bouw geleidelijk op, met maximaal ongeveer 10% per week
- Plan elke 3 tot 4 weken een rustweek in
- Houd rekening met werk, vakantie en andere verplichtingen