Drempels bepalen in een lactaattest

In de lactaattestmodule bepaal je twee drempels: de aerobe drempel (LT1) en de anaerobe drempel (LT2, ook AT genoemd). Je kiest per drempel zelf de methode, of je zet de drempel volledig handmatig op de curve.

De twee drempels

  • LT1 (aerobe drempel): het punt waar het lactaat voor het eerst boven je rustwaarde uitkomt. De grens tussen makkelijke duurinspanning en het eerste echte werk.
  • LT2 (anaerobe drempel / AT): het punt waarboven lactaat sneller opbouwt dan je lichaam het kan afvoeren. De grens die je drempel- en tempotraining stuurt.

Voor elke drempel kies je in het tabblad Analyse een methode uit een keuzelijst. Bij elke methode staat een korte uitleg, en de aanbevolen keuze is gemarkeerd.

LT1-methodes

MethodeHoe het werkt
BaselineDrempel waar lactaat voor het eerst meetbaar boven je individuele rustwaarde stijgt. Conservatief, bijvoorbeeld bij revalidatie of beginners.
Baseline +0.4Rustwaarde + 0,4 mmol/L. Iets conservatiever dan +0,5, handig bij een erg laag basislactaat.
Baseline +0.5 (aanbevolen)Rustwaarde + 0,5 mmol/L. De meest gebruikte wetenschappelijke methode en de beste standaardkeuze voor de meeste atleten.
2.0 mmol/LVaste drempel, ongeacht je rustwaarde. Snelle referentie, minder nauwkeurig op individueel niveau.
ManueelJe wijst zelf het omslagpunt op de curve aan.

LT2-methodes

MethodeHoe het werkt
D-MaxHet punt met de grootste loodrechte afstand tot de lijn tussen het eerste en laatste meetpunt. Goed bij een volledige test tot uitputting. Kan overschatten als de test te vroeg stopte.
D-Max Modified (aanbevolen)Zelfde principe, maar de lijn start waar het lactaat begint te stijgen. Dit filtert de lage ruststappen uit en geeft een nauwkeuriger resultaat. Beste standaardkeuze voor de meeste tests.
Tangent 51°Legt een raaklijn onder 51° aan de curve. Eenvoudig en reproduceerbaar, maar minder individueel omdat de hoek vast is.
Stegmann IATBepaalt de individuele anaerobe drempel uit zowel de belastings- als de herstelfase. Vereist lactaatmetingen tijdens het herstel na de test.
4.0 mmol/LVaste drempel (OBLA, Onset of Blood Lactate Accumulation). Snelle referentie, minder nauwkeurig op individueel niveau.
ManueelJe wijst zelf het omslagpunt op de curve aan.

💡 Stegmann IAT heeft een buigpunt in de curve nodig en is daarom enkel beschikbaar bij een curve-fit van de 3e graad of hoger.

De drempel handmatig zetten

Wil je een drempel zelf positioneren? Versleep de drempellijn op de lactaatcurve naar het gewenste punt. De module schakelt dan automatisch naar Manueel en herberekent het bijhorende lactaat en de hartslag op dat punt.

Dit is handig bij atypische curves waar de automatische methodes geen logisch resultaat geven, of wanneer je als ervaren begeleider een beter oordeel hebt.

De curve-fit kiezen

De drempelwaarden volgen uit de vorm van de curve die door je meetpunten loopt. Je kiest die vorm zelf: van een rechte lijn tot een polynoom van de 6e graad. De 3e graad is de standaard en werkt voor de meeste tests.

Testdata invoeren

De drempels worden berekend op je eigen meetpunten. Die krijg je op drie manieren in de test:

  1. Handmatig in de stappentabel
  2. Stappen genereren uit een patroon (startwaarde, aantal, increment en duur), waarna je lactaat en hartslag aanvult
  3. Inlezen via foto of pdf: upload een foto of scan van een protocolblad en de module leest de stappen automatisch uit

Er is geen rechtstreekse koppeling met externe testsoftware zoals Inscyd. Heb je een protocolblad of uitdraai uit een andere opstelling, dan kan je dat wel scannen en laten inlezen.

Goed om te weten

  • De gekozen methode wordt per test bewaard. Je kan ze achteraf altijd wijzigen en de drempels herberekenen.
  • Uit de drempels volgen automatisch je trainingszones.
  • De drempels en de curve neem je nadien mee in het lactaattest-rapport voor je atleet.

On this page