Lactaattesten in Coachbox

Met de lactaattestmodule leg je de staptest van je atleet vast, analyseer je de lactaatcurve en zet je het resultaat om in trainingszones en een rapport. Alles blijft per atleet bewaard, zodat je de evolutie over de seizoenen heen volgt.

Wat je met de module doet

  • Een protocolblad afdrukken: neem het testprotocol op papier mee naar een veldtest en noteer lactaat en hartslag met pen, om ze achteraf in te voeren of in te scannen.
  • Een test vastleggen: voer de stappen in (snelheid of vermogen, duur, lactaat en hartslag). Dat kan handmatig, via een gegenereerd staptestpatroon, of door een foto of pdf van je protocolblad in te lezen.
  • De curve analyseren: Coachbox tekent de lactaatcurve en berekent de aerobe en anaerobe drempel. Je kiest per drempel de methode of zet ze handmatig.
  • Trainingszones afleiden: uit de drempels volgen automatisch je trainingszones, die je naar het profiel van de atleet kan overzetten.
  • Tests vergelijken: leg meerdere tests van dezelfde atleet naast elkaar om vooruitgang in drempels en curve te zien.
  • Een rapport delen: stel een lactaattest-rapport samen met je eigen uitleg en feedback, en deel het via een publieke link, als pdf of per e-mail naar je atleet.

Een test starten

  1. Ga bij je atleet naar het tabblad Testen
  2. Maak een nieuwe test aan en kies de sport en het protocol
  3. Voer de stappen in of lees ze in van een protocolblad
  4. Open het tabblad Analyse om de curve en drempels te bekijken

Een protocolblad afdrukken voor een veldtest

Test je buiten het lab, dan heb je ter plekke niet altijd een laptop bij de hand. Druk daarom het protocol af zodra de test ingepland is en noteer de metingen met pen en papier.

  1. Ga bij je atleet naar het tabblad Testen
  2. Open het menu met de drie puntjes naast de test
  3. Kies Protocol afdrukken

Het blad bevat de gegevens van de atleet, de testdatum en de sport, en per stap de snelheid of het vermogen en de duur, met lege vakjes voor lactaat, hartslag en bloeddruk. Na de test voer je de waarden in via Testdata in datzelfde menu, of je maakt een foto van het ingevulde blad en laat Coachbox de stappen inlezen.

Zonegrenzen aanpassen

In de stap Trainingszones berekent Coachbox de zones uit de drempels. Klopt een grens niet voor je atleet, dan pas je ze op twee manieren aan:

  • Slepen: versleep de grens tussen twee zones op de gekleurde balk.
  • Intypen: typ in de tabel de bovengrens van een zone, voor snelheid, vermogen of hartslag. De ondergrens van de volgende zone schuift mee. Een grens blijft altijd tussen die van de zones ernaast.

Werk je met de standaard- of Golazo-zones en pas je de snelheid of het vermogen aan, dan schuiven de hartslaggrenzen evenredig mee. Typ je zelf een hartslag in, dan blijft die staan. Met Herstel naar standaard wis je al je aanpassingen.

Zones overzetten naar de atleet

De berekende zones blijven eerst in de test zitten. Zet je ze over naar de atleet, dan pikken alle trainingen vanaf de testdatum ze automatisch op en werken je hashtags en exporteerbare segmenten meteen met de nieuwe waarden.

  1. Doorloop de test tot en met de stap Trainingszones en bewaar met Bewaren en volgende. De rapportstappen ontgrendelen pas wanneer de analyse en de zones bewaard zijn.
  2. Ga naar de laatste stap, Rapport delen
  3. Klap daar de kaart Zones aanmaken open
  4. Vink aan welke zones je wil overzetten: vermogen, snelheid, tempo of hartslag
  5. Klik op Zones aanmaken

Per aangevinkt type verschijnt onder Zones bij de atleet een nieuwe zonedefinitie met de naam "Lactaattest [datum]" en de testdatum als ingangsdatum. Oudere zones blijven bestaan, zodat trainingen van voor de test de waarden van toen houden. Zie ook Trainingszones instellen.

Testen bij iemand zonder Coachbox-account

Neem je tests af bij mensen die geen atleet in Coachbox zijn, bijvoorbeeld walk-ins in een testcentrum, dan leg je die vast als testpersoon. Een testpersoon heeft geen login, ziet zijn eigen gegevens niet en telt niet mee voor je aantal atleten.

  1. Klik bovenaan op het testicoon (de erlenmeyer, naast wedstrijden en meldingen) en klik op Test toevoegen. Via het tabblad Testen bij een atleet kan dat niet: daar test je altijd die atleet
  2. Kies bovenaan Externe testpersoon in plaats van Coachbox atleet
  3. Kies een bestaande testpersoon in het veld, of maak er meteen een aan met de knop met het persoonsicoon ernaast: een naam volstaat, geboortedatum, geslacht, gewicht en lengte zijn optioneel
  4. De testwizard opent zoals bij een atleet

Je beheert je testpersonen via de knop Testpersonen op het testoverzicht. Je ziet daar de personen die je zelf toevoegde; ben je teambeheerder, dan zie je die van het hele team.

Twee dingen werken anders dan bij een atleet, omdat er geen account achter zit:

  • Geen zones overzetten en geen kalender. De test verschijnt niet op een agenda en de zones kan je niet naar een profiel overzetten, want er is geen profiel.
  • Delen kan enkel via link of e-mail. Een bericht in de Coachbox-inbox kan niet, want de testpersoon heeft er geen.

Beslist een testpersoon later om begeleiding te nemen, gebruik dan Omzetten naar atleet in het menu naast de rij. Je kiest daar of het een nieuwe atleet wordt of een bestaande atleet uit je team. Bij een nieuwe atleet staan naam en e-mailadres van de testpersoon al ingevuld en krijgt die persoon een uitnodiging voor Coachbox. Al zijn of haar tests, ingevulde formulieren en trainingstoestanden verhuizen mee naar dat account, en de testpersoon wordt gearchiveerd. Dat kan je niet ongedaan maken. Had de atleet op zo'n dag zelf al een trainingstoestand ingevuld, dan blijft die van de atleet staan.

Goed om te weten

  • De module werkt met je eigen testdata. Er is geen rechtstreekse koppeling met externe testsoftware zoals Inscyd, maar je kan een protocolblad uit een andere opstelling wel inscannen en laten inlezen.
  • Elke test bewaart zijn eigen protocol, drempelmethodes en rapport, zodat je altijd kan terugkijken hoe een resultaat tot stand kwam.

On this page