Trainingsanalyse

Met de trainingsanalyse duik je in de data van één uitgevoerde training, tot op de seconde. Je legt vermogen, hartslag, cadans en tempo naast elkaar, selecteert een klim of interval om precies dat stuk te bekijken, en ziet meteen de zoneverdeling, piekwaarden en rondes van de sessie.

De analyse openen

Klik in de kalender op een uitgevoerde training en kies Analyse. De analyse opent schermvullend.

Panelen en layouts

De analyse is een raster van panelen die je zelf kiest, versleept en van formaat verandert. Layouts worden per sport bewaard, zodat je bijvoorbeeld een vermogensgerichte layout voor fietsen en een tempogerichte layout voor lopen naast elkaar gebruikt. Hoe je layouts aanmaakt, bewerkt en schikt lees je in Eigen layouts bij analyses.

Beschikbare panelen:

  • Statistieken: de hoofdgrafiek met alle datastromen van de training
  • Details: alle kerncijfers van de training of van je selectie
  • Rondes: tabel met de rondes uit het toestel en je eigen rondes
  • Tijd in zones: aparte panelen voor vermogen, hartslag, snelheid/tempo en cadans
  • Piekwaarden: aparte panelen voor vermogen, hartslag, snelheid/tempo en cadans
  • Kaart: de gereden of gelopen route
  • Beschrijving: de geplande omschrijving en trainingsopbouw
  • Reacties: reageren op de training, met AI-coachfeedback voor coaches
  • Aerobe decoupling (Pw:Hr of Pa:Hr): hoeveel efficiëntie er in de tweede helft verloren ging
  • Hartslag vs. vermogen/snelheid: de hartslag-outputrelatie van de rit als puntenwolk, per uur gekleurd

De grafiek

De hoofdgrafiek toont alle datastromen die de training bevat: hoogte, snelheid of tempo, hartslag, cadans en vermogen staan standaard aan. Voor zwemtrainingen komen daar swolf en slagen bij. Extra reeksen zoals de running dynamics, pedaalvloeiendheid, links/rechtsbalans, omgevings-, kern- en huidtemperatuur, afstand per slag en de ademhalingsreeksen staan standaard uit.

  • Reeksen aan- of uitzetten: klik op de naam van de reeks in de legende onder de grafiek.
  • Smoothing: met de schuifregelaar in de paneelkop vlak je ruis in de data af (0 tot 10). De hoogtelijn wordt nooit gesmoothed.
  • Tijd of afstand: via de knopjes in de paneelkop schakel je de x-as om tussen verstreken tijd en afgelegde afstand.
  • Tooltip: beweeg over de grafiek en je ziet de waarde van elke zichtbare reeks op dat moment; op de kaart schuift een marker mee naar dezelfde positie.

Grade adjusted tempo

Bij loop- en wandeltrainingen komt er een tweede tempolijn bij: het grade adjusted tempo. Dat is het tempo dat je atleet op vlak terrein gelopen zou hebben bij dezelfde inspanning. Bergop ligt die lijn dus sneller dan het echte tempo, bergaf trager.

Waarom dat nuttig is: een klim van 8 % op 6:00/km kost evenveel als een vlakke kilometer op ongeveer 3:30/km. Kijk je alleen naar het ruwe tempo, dan lijkt zo'n klim een slappe kilometer, terwijl het de zwaarste van de training was. Het grade adjusted tempo maakt intervallen op heuvelachtig terrein onderling vergelijkbaar, en een trainingsblok in de bergen vergelijkbaar met een blok op het vlakke.

De lijn staat standaard uit. Zet ze aan door op Grade adjusted tempo te klikken in de legende onder de grafiek. Ze deelt haar as met het gewone tempo, zodat je de twee rechtstreeks tegen elkaar kan lezen.

In het details-paneel staat het gemiddelde als Gem. grade adjusted tempo. Selecteer je een stuk van de training, bijvoorbeeld één klim, dan herrekent dat cijfer mee voor precies die selectie.

Een paar dingen om te weten:

  • De correctie geldt alleen voor hardlopen en wandelen. Bij fietsen verschijnt de reeks niet, want het onderliggende model beschrijft de energiekost van lopen, niet van trappen.
  • Coachbox rekent met het model van Minetti et al. (2002), gemeten op loopbanden tussen -45 % en +45 % helling. Dat is hetzelfde uitgangspunt dat ook Strava en TrainingPeaks gebruiken.
  • De helling wordt over 25 meter gemeten in plaats van tussen twee opeenvolgende meetpunten. Zonder die afvlakking maakt de hoogteruis van een gps-horloge van een vlakke loop een aaneenschakeling van steile hellinkjes.
  • Trainingen van vóór deze update krijgen de reeks zodra ze opnieuw ingelezen worden. Dat gebeurt automatisch de eerstvolgende keer dat je hun analyse opent.

Het grade adjusted tempo werkt ook door in de trainingsbelasting van loopsessies. Klimtrainingen tellen daardoor zwaarder dan voorheen, wat klopt met wat ze fysiologisch kosten.

Running dynamics

Loopt je atleet met een horloge dat running dynamics meet, dan komen er vijf reeksen bij:

  • Staplengte (m): de afstand die één stap aflegt.
  • Verticale oscillatie (cm): hoeveel je bij elke stap op en neer beweegt.
  • Grondcontacttijd (ms): hoe lang de voet per stap de grond raakt.
  • Verticale ratio (%): de verticale oscillatie ten opzichte van de staplengte, dus hoeveel beweging naar boven gaat in plaats van naar voren. Lager is efficiënter.
  • Balans grondcontacttijd (%): het aandeel contacttijd op het linkerbeen. 50 % is perfect gelijk, een afwijking wijst op een asymmetrie.

Ze staan standaard uit, want alleen looptrainingen van zo'n toestel bevatten ze. Zet ze aan in de legende onder de grafiek.

Hoeveel van de vijf je ziet hangt af van het toestel:

  • Garmin met een HRM-Pro-band, Running Dynamics Pod of een horloge dat ze aan de pols meet, levert alle vijf in het trainingsbestand. Dat geldt ook voor andere merken die running dynamics in hun FIT-bestand schrijven.
  • Apple Watch, via Apple Health, levert staplengte, verticale oscillatie en grondcontacttijd. Verticale ratio en balans grondcontacttijd meet die niet, dus die twee reeksen blijven leeg.

Trainingen van voor deze update krijgen de running dynamics zodra ze opnieuw ingelezen worden, wat automatisch gebeurt bij de volgende keer dat je hun analyse opent. Voor Apple Health geldt dat alleen voor staplengte en verticale oscillatie: grondcontacttijd wordt pas meegestuurd door trainingen die je synchroniseert met een app-versie van na deze update.

Ademhalingsdata

Meet je atleet zijn ademhaling tijdens de training, dan komen er drie reeksen bij: ademfrequentie (ademhalingen per minuut), ventilatie (het luchtvolume per minuut) en teugvolume (het volume van één ademhaling). Ze staan standaard uit, omdat lang niet elke training ze bevat.

Waar de data vandaan komt verschilt per waarde:

  • Ademfrequentie zit in het trainingsbestand zelf. Een Tymewear-sensor levert die, maar ook een gewone Garmin-hartslagband die ademhaling meet.
  • Ventilatie en teugvolume komen alleen binnen wanneer het Tymewear Connect IQ-datafield op het toestel staat. Zonder dat datafield blijven die twee reeksen leeg.

De gemiddelde, hoogste en laagste waarde per reeks lees je af in het detailpaneel, net als bij vermogen en hartslag.

Trainingen van vóór deze update krijgen de ademhalingsreeksen zodra ze opnieuw ingelezen worden. Dat gebeurt automatisch de eerstvolgende keer dat je de analyse van zo'n training opent.

Een stuk van de training selecteren

Sleep over de grafiek om een segment te selecteren, bijvoorbeeld een klim of een interval. Alle andere panelen rekenen meteen mee met je selectie:

  • Details toont de duur, afstand en alle gemiddelden en maxima van de selectie.
  • Tijd in zones en Piekwaarden worden herberekend over de selectie.
  • Kaart markeert het geselecteerde stuk van de route en zoomt erop in.
  • Rondes licht de rondes op die binnen de selectie vallen.

Bij een selectie verschijnen extra knoppen in de paneelkop:

  • Zoom: inzoomen op de selectie (en weer uitzoomen).
  • Selectie wissen: terug naar de volledige training. Klikken in de grafiek doet hetzelfde.
  • Ronde opslaan: bewaar de selectie als eigen ronde in de rondes-tabel.
  • Selectie knippen: verwijder de geselecteerde datapunten, bijvoorbeeld wanneer het toestel na de training bleef doorlopen. Knippen kan je ongedaan maken.

Selecteren werkt ook omgekeerd: klik op een rij in de rondes-tabel of op een punt in de piekwaardengrafiek en de grafiek selecteert precies dat stuk.

Tijd in zones

De zone-panelen tonen per zone hoeveel tijd en welk percentage van de training de atleet erin doorbracht, als staafdiagram met de zonegrenzen erbij. Er is een paneel per zonetype: vermogen, hartslag, snelheid of tempo, en cadans. De verdeling volgt de trainingszones van de atleet; zonder zonedefinitie voor dat type blijft het paneel leeg.

Piekwaarden

De piekwaarden-panelen tonen de beste waarde van deze training per inspanningsduur: 5 en 10 seconden, 30 seconden, 1, 5, 10, 15, 20 en 30 minuten, 1 uur en 2 uur. Ook hier is er een paneel per type: vermogen, hartslag, snelheid/tempo en cadans.

  • Klik op een punt in de grafiek en de hoofdgrafiek selecteert het stuk waar die piek werd gereden. Zo zie je meteen waar de beste 5 minuten van de rit lagen.
  • Met een selectie actief worden de piekwaarden live herberekend over enkel dat stuk.

Wil je piekwaarden over een langere periode volgen of twee periodes vergelijken, gebruik dan de duurcurves in de statistieken.

Aerobe decoupling

Het decoupling-paneel vergelijkt de efficiëntie (vermogen of snelheid per hartslag) van de tweede helft van de training met de eerste helft. Loopt de hartslag op terwijl de output gelijk blijft, dan stijgt het percentage:

  • 5% of minder (groen): de aerobe basis houdt stand voor deze duur.
  • 5 tot 10% (oranje): de basis is nog in opbouw.
  • Meer dan 10% (rood): de duurtraining was te lang of te intensief voor de huidige basis, of de omstandigheden (hitte, vermoeidheid) speelden mee.

Bij tempo-sporten zoals lopen en zwemmen rekent het paneel met tempo (Pa:Hr), ook als de training vermogensdata bevat; bij andere sporten zoals fietsen met vermogen (Pw:Hr) zodra dat beschikbaar is. Bevat de training beide signalen, dan kies je de basis zelf via het optiemenu van het paneel. Het paneel vraagt minstens 20 minuten trainingstijd met hartslagdata. Met een selectie of zoom actief wordt de decoupling berekend over enkel dat stuk, bijvoorbeeld één rustig duurblok.

Blijft de decoupling over meerdere lange duurtrainingen laag, dan is de aerobe basis klaar voor intensiever werk. Wil je de evolutie over weken volgen, bekijk dan de Efficiency Factor-grafiek in de statistieken.

Hartslag vs. vermogen

Dit paneel tekent dezelfde hartslag-outputrelatie als decoupling, maar dan als beeld: de volledige rit als puntenwolk met vermogen (of snelheid) op de x-as en hartslag op de y-as, per uur in een eigen kleur. Bij een goed volgehouden inspanning ligt de wolk strak rond de trendlijn; drift wordt zichtbaar doordat de latere uren boven de lijn schuiven, meer hartslag voor dezelfde output.

Boven de grafiek staan drie waarden:

  • PWC150 en PWC170 (physical working capacity): hoeveel vermogen of snelheid volgens de trendlijn overeenkomt met een hartslag van 150 en 170 bpm. Zie het als twee vaste ijkpunten om ritten mee te vergelijken: levert een atleet een maand later 260 W bij 150 bpm waar dat eerst 240 W was, dan is de aerobe motor gegroeid.
  • : hoe goed de trendlijn bij de puntenwolk past, op een schaal van 0 tot 1. Een hoge waarde (bijvoorbeeld 0,85) betekent dat hartslag en output netjes samen liepen en de PWC-waarden betrouwbaar zijn. Bij een lage waarde (door intervallen, veel stops of hitte) neem je ze met een korrel zout.

Via het opties-menu stel je de uitmiddeling en de hartslagvertraging bij: hartslag reageert enkele tientallen seconden na de inspanning, en die verschuiving maakt het verband zuiverder.

Net als decoupling is dit paneel het zinvolst bij gelijkmatige ritten; na intensieve uitschieters blijft de hartslag een tijd verhoogd en wijkt de wolk tijdelijk af. Klik op een uur in de legende om het te verbergen en de rest te vergelijken.

Rondes

De rondes-tabel toont de rondes die het toestel registreerde, aangevuld met de rondes die je zelf uit een selectie bewaarde. Per ronde zie je onder meer duur, afstand, gemiddelde en maximale snelheid of tempo, hartslag, vermogen (inclusief genormaliseerd vermogen) en cadans; via het opties-menu kies je welke kolommen zichtbaar zijn. Klik op een rij om die ronde in de grafiek te selecteren. Eigen rondes kan je hernoemen of verwijderen via het potlood-icoon.

Kaart

Trainingen met GPS-data tonen de route op de kaart, met start- en eindmarker. Rechtsboven wissel je tussen een straat-, satelliet- en topografische kaartlaag. De kaart beweegt mee met de analyse: hover over de grafiek en een marker toont waar je op de route was; maak een selectie en dat deel van de route wordt gemarkeerd.

Details

Het details-paneel bundelt de kerncijfers van de training, of van je selectie. Welke velden je ziet bepaal je zelf via het opties-menu. Beschikbaar, afhankelijk van de data in de training:

  • Algemeen: trainingsduur (bewegingstijd), verstreken tijd, afstand
  • Snelheid: gemiddelde en maximale snelheid en tempo, en bij loop- en wandeltrainingen ook het gemiddelde grade adjusted tempo
  • Hartslag: gemiddelde en maximale hartslag
  • Vermogen: gemiddeld vermogen, gemiddeld vermogen zonder nullen, genormaliseerd vermogen en maximaal vermogen
  • Cadans: gemiddelde cadans tijdens het trappen (nullen uitgesloten, zoals je fietscomputer rekent), gemiddelde cadans inclusief nullen, en maximale cadans
  • Fietsdynamiek: pedaalvloeiendheid en links/rechtsbalans
  • Hoogte: hoogtemeters omhoog en omlaag, minimum- en maximumhoogte
  • Temperatuur: omgevings-, kern- en huidtemperatuur
  • Zwemmen: swolf en slagen
  • Zelfevaluatie: de RPE en de gevoelswaarde die de atleet zelf invulde

De RPE verschijnt als een bolletje op een miniatuur Borg-schaal, met het cijfer erin, zodat je meteen ziet waar de inspanning tussen zeer licht en maximaal lag. De gevoelswaarde staat als gekleurde smiley met het woord ernaast. Vulde de atleet niets in, dan blijven beide velden weg. Komt de score van een Garmin-horloge, dan leest Coachbox ze automatisch mee, zie Je RPE en gevoel van je horloge.

Anders dan de andere cijfers horen deze twee bij de hele training, dus ze blijven staan wanneer je een stuk van de grafiek selecteert.

Daarnaast bevat het paneel een mini-grafiek van de rondes, waarvan je zelf kiest welke waarde de staafhoogte bepaalt, en de geplande trainingsopbouw ter vergelijking. De rondes-minigrafiek en de geplande opbouw kan je via hun sectiekop in- en uitklappen, handig wanneer een lange opbouw de cijfers uit beeld duwt.

Reacties en AI-coachfeedback

In het reactie-paneel reageer je op de training. Coaches kunnen daar ook AI-coachfeedback genereren: een technische analyse van de sessie plus kant-en-klare berichten voor de atleet.

Bestand opnieuw analyseren, aanvullen of downloaden

Via het opties-menu van het grafiek-paneel kan je:

  • de training opnieuw analyseren (alle waarden worden herberekend);
  • een .fit-, .tcx- of .gpx-bestand uploaden om de training aan te vullen of te vervangen;
  • het originele bestand downloaden.

Goed om te weten

  • De zone- en piekwaarden-panelen vereisen een actieve licentie.
  • Zonder GPS-data blijft het kaart-paneel leeg; zonder een datastroom (bijvoorbeeld vermogen) verschijnt die reeks niet in de grafiek.
  • Panelen zoals de kaart en de grafiek kan je schermvullend bekijken via het maximaliseer-icoon.
  • Met Escape sluit je de analyse.

On this page